Omgang met een loopfiets

Een kind doorloopt de volgende stadia

  1. Spelen met de fiets bv. ernaast lopen of erop gaan staan
  2. Voor het zadel zitten en de loopfiets tussen de benen heen en weer bewegen. Net als een stokpaard
  3. Voor het zadel van de loopfiets zitten en voorzichtig de eerste meters afleggen.
  4. Op het zadel zitten en beginnen met loopfietsen.
  5. Leren remmen met een loopfiets met een handrem
Evenwichtsgevoel en hand-voet coördinatie beginnen ontwikkeld te raken. Steeds grotere stappen leiden tot hogere snelheden. Bochten worden genomen, obstakels ontweken. Uiteindelijk stoot het kind zich slechts af en toe af en laat zich met opgetrokken voeten rollen. Zo simpel dat ieder kind het kan. Zo leuk dat elk kind plezier heeft.

Alhoewel fase 3 en 4 op elkaar lijken vergt het een geheel andere motoriek van het kind.

Hoe vlot uw kind de verschillende stadia doorloopt, is afhankelijk van leeftijd, lengte en motoriek. Kleinere en jongere kinderen zullen meer tijd nodig hebben. Grotere en oudere kinderen zullen in korte tijd met de loopfiets onderweg zijn.